Ik houd van een opgeruimd huis. Niet dat ik niet kan rommelen, zeker wel, maar een opgeruimd huis zorgt ook voor rust in mijn hoofd. Elke dag doe ik dingen vaak zonder erbij na te denken en die een groot verschil maken. Eigenlijk zijn het simpele opruimgewoontes en vandaag deel ik ze met je!
Deze simpele opruimgewoontes zorgen voor rust in huis
Dit zijn de opruimgewoontes die ik dagelijks of meerdere keren per week doe. Ik ben er niet veel tijd aan kwijt en het maakt echt een verschil. Liever dit dan grote opruimprojecten die veel tijd in het weekend in beslag nemen. Tijd die ik liever anders besteed.
1. Houd horizontale oppervlakken zo leeg mogelijk
De eettafel, mijn bureau en het nachtkastje probeer ik zo leeg mogelijk te houden. Hoe minder erop ligt, hoe rustiger (en schoner) het oogt.
2. Schoenen, jassen en tassen meteen opruimen
Bij ons hebben jassen, schoenen en tassen een vaste plek in een kast onder de trap, en dat scheelt gewoon enorm. Maar uiteindelijk maakt vooral één ding het verschil: ze direct opruimen. Of dat nou in een kast is, aan een kapstok of op een plank — als je het meteen doet, blijft het vanzelf rustiger in huis.
3. Je post direct verwerken
Post is bij uitstek iets dat zich razendsnel opstapelt. Wat ik wil bewaren, archiveer ik daarom meteen. Alles wat weg kan, gaat direct bij het oud papier. Folders lees ik liever digitaal en kranten gaan na het lezen meteen door naar de papierbak.
4. Avondreset
Voor het slapengaan leg ik meestal nog even alles terug waar het hoort. Kussens recht, plaid opgevouwen, losse spullen van tafel en het aanrecht schoon. Het zijn maar een paar minuten, maar voor mij maakt het de volgende ochtend echt verschil. Van alle simpele opruimgewoontes vind ik deze het belangrijkst.
5. Vuile was meteen in de wasmand
Niet op een stoel, niet op de grond, daar ben ik best streng in voor mezelf. Alles gaat meteen in de wasmand. En soms hoeft kleding niet eens gewassen te worden: dan hang ik het even uit bij een open raam. Na een paar uurtjes is het weer fris en kan het zo terug de kast in.
6. Vuile vaat
Heb je een vaatwasser, dan gebruik ik ’m graag zo snel mogelijk. Een leeg aanrecht voelt elke keer weer als een klein opgeruimd moment. En zonder vaatwasser werkt het voor mij net zo fijn om de vaat meteen even te doen: afwassen, afdrogen, klaar.
7. Bewust kopen
Ik vraag mezelf af: heb ik dit echt nodig? En wil ik het ook over een maand nog? Die kleine pauze voorkomt veel rommel achteraf (en je kunt je zo ook veel geld besparen).
8. Nieuw erin, oud eruit
Deze regel probeer ik zoveel mogelijk toe te passen, al lukt dat zeker niet altijd. Maar de gedachte helpt me wel: komt er iets nieuws binnen, dan mag er ook iets ouds weg. Zo blijft het aantal spullen bij mij meestal mooi in balans.
9. Dingen terugleggen na gebruik
Het klinkt misschien logisch, maar dit kleine terugleggen maakt voor mij veel verschil. Een mok, een boek, een jas… even doen en het blijft later vanzelf rustiger in huis.
10. Houd één vaste plek voor ‘rondslingeraars’
Sleutels, zonnebril, opladers — alles wat snel zwerft, heeft bij ons één vaste plek. Dat voorkomt zoeken en voor iemand als ik die vaak dingen ’tijdelijk uit het oog verliest’ is dit een hele fijne!
Wat ik zo mooi vind aan deze simpele opruimgewoontes is dat ze niet aanvoelen niet als ‘opruimen’. Het zijn kleine routines, ze horen gewoon bij mijn dag. En juist daardoor blijft ons huis meestal vanzelf op orde — met alle ruimte om te leven en te genieten van de kleine dingen.
Misschien zit er eentje tussen die je vandaag al kunt proberen.



